De stilte achter de vrijstelling: over het hoorrecht bij richtings­bezwaren

door | 20 januari, 2026 | Artikel | 0 Reacties

Duizenden Nederlandse kinderen kunnen momenteel niet naar school. Kinderen kunnen niet naar school door lange wachttijden in het speciaal onderwijs, door fysieke en mentale problemen, maar ook doordat ze zich beroepen op een vrijstellingsgrond in de Leerplichtwet. In dit artikel zal worden ingegaan op de vrijstelling op basis van richtingsbezwaren namelijk artikel 5 aanhef en onder b Lpw 1969 (hierna artikel 5 onder b Lpw). Richtingsbezwaren zijn bezwaren tegen de levensbeschouwing of godsdienstige overtuiging van het onderwijs.[1] Steeds meer kinderen maken gebruik van deze vrijstelling. In schooljaar 2016-2017 waren er nog maar 813 kinderen die gebruik maakten van deze vrijstelling, dit is in schooljaar 2023-2024 gestegen tot 2475 kinderen.[2]

De vrijstelling van artikel 5 onder b Lpw kan conflicteren met de rechten van het kind zelf, in het bijzonder met de rechten uit het Verdrag inzake de rechten van het kind (hierna IVRK). In deze bijdrage wordt ingegaan op artikel 12 van het IVRK, het recht van het kind om gehoord te worden. Eerst zal het wettelijk kader rond het hoorrecht worden geschetst. Vervolgens zal er gekeken worden in hoeverre het huidige artikel 5 onder b Lpw het hoorrecht waarborgt. En tenslotte zal worden gekeken welke impact het introduceren van gereguleerd thuisonderwijs op het hoorrecht heeft.

Het hoorrecht van artikel 12 IVRK

Artikel 12 IVRK geeft het kind het recht om zijn mening te vormen en uiten in alle zaken die invloed op hem hebben. Hiermee worden alle gerechtelijke en bestuurlijke procedures bedoeld, waaronder ook het onderwijs van het kind.[3] Het gaat niet alleen om luisteren naar het kind, maar juist om zijn mening daadwerkelijk te laten meewegen. [4]

Het artikel geeft een positieve verplichting aan staten om het hoorrecht ook daadwerkelijk te verwezenlijken.[5] Daarom heeft het kind het recht om de benodigde informatie te krijgen om zijn mening te kunnen vormen en daarnaast ook recht op ruimte en voorzieningen om deze goed te kunnen uiten.[6] Jonge kinderen zijn mogelijk nog niet in staat hun eigen mening te geven. Het introduceren van een leeftijdsgrens wordt volgens de “general comment” op het artikel echter afgeraden, er moet worden gekeken naar de ontwikkelende vermogens van het kind.[7] Uit onderzoek blijkt dat een kind vanaf acht jaar de gespreksvaardigheden bezit om zijn mening goed uit te drukken.[8] Sommige jongere kinderen zijn al vanaf 4 jaar in staat om hun mening te geven maar doen dit vaak op indirecte manieren zoals door middel van lichaamstaal, tekeningen en speelgedrag.[9] Hierbij moet wel worden vermeld dat het horen van kinderen onder de 8 jaar vaak praktisch moeilijk is, voor het meten van de ontwikkelende vermogens van het kind is namelijk veel expertise nodig.[10] Dit betekent echter niet dat dit als een vrijbrief mag functioneren om het hoorrecht van het kind in te perken. Op 1 augustus 2025 hebben kinderen hoorrecht gekregen bij het opstellen van hun ontwikkelingsperspectief.[11] Hierbij is bewust gekozen om geen leeftijdsgrens in te stellen.[12] De regering onderkende in de Memorie van toelichting bij deze wet ook de waarde van het hoorrecht bij andere beslismomenten van kinderen die onderwijs genieten, zoals de toelating.[13] Verder hebben gerechtshoven en rechtbanken afgesproken om het hoorrecht van het kind bij een echtscheiding vanaf 1 januari 2026 te verlagen van 12 naar 8 jaar.[14] Het hoorrecht wordt in Nederland dus steeds belangrijker geacht en de leeftijdsgrens wordt in veel regelgeving verlaagd.

De mening van het kind kan ook worden gegeven door een vertegenwoordiger van het kind zoals zijn ouders.[15] Hierbij moet wel worden gelet op mogelijke botsingen van de belangen van de vertegenwoordiger en het kind, zelfs als deze vertegenwoordiger een ouder is.[16] Daarom moet er zorg worden gedragen dat de vertegenwoordiger exclusief de belangen van het kind moet vertegenwoordigen en niet zijn eigen belangen.[17] Het comité van de rechten van het kind raadt aan dat waar mogelijk het kind zelfstandig wordt gehoord.[18] Hoewel er vaak wordt beargumenteerd dat te veel inspraak stressvol voor het kind kan zijn, blijkt uit onderzoek over kinderen in gerechtelijke procedures dat zij zich meer gewaardeerd voelen als er naar hun mening wordt geluisterd.[19] Als ze deze mogelijkheid niet hebben, voelen zij zich vaak gefrustreerd en machteloos.[20] Het is makkelijker voor een kind om een beslissing te accepteren als hij daarbij zijn mening kan geven zelfs als deze niet een door hem gewenste uitkomst heeft.[21] Het is daarom ook vanuit pedagogisch perspectief belangrijk dat een kind de mogelijkheid heeft om zelf zijn mening te geven.

Waarborging hoorrecht bij richtingsbezwaren

Een aanvraag van een vrijstelling op richtingsbezwaren wordt gedaan op verzoek van de ouders. Artikel 5 onder b Lpw heeft zowel formele als inhoudelijke criteria. Bij de inhoudelijke criteria wordt er getoetst of er sprake is van inhoudelijke bedenkingen tegen de richting van het onderwijs.[22] Kort gezegd betekent dit dat er sprake moet zijn van religieuze of levensbeschouwelijke bedenkingen tegen het onderwijs van een school. Sinds het OM is gestopt met het vervolgen van artikel 5 onder b Lpw zaken worden de inhoudelijke eisen door veel gemeenten niet meer getoetst.[23] Alleen de formele eisen worden nog getoetst. Hierbij is het alleen van belang of de kennisgeving van de ouders op tijd is ingediend, of het kind niet eerder op een school stond ingeschreven en of er overwegende bedenkingen zijn genoemd.[24]

Bij zowel de inhoudelijke als de formele eisen gaat het dus om de motivatie van de ouders. De mening en het belang van het kind spelen maar minimaal (of niet) mee. Soms is het gehele proces zelfs schriftelijk en in veel gevallen worden zowel de ouders als het kind niet gesproken.[25] Voor een traject dat een enorme invloed heeft op een groot deel van de opvoeding en het leven van het kind, speelt het kind dus maar een minimale rol. Het is namelijk een beslissing die gelijk kan worden gezien aan de beslissing tot toelating tot een basisschool, want beide beslissingen gaan over de start van het schooltraject van het kind. Daarom is dit niet in overeenstemming met de kern van artikel 12 IVRK, het kind moet namelijk actief worden betrokken bij gebeurtenissen en beslismomenten die invloed op hem hebben.[26]

Er kan worden beargumenteerd dat in deze gevallen de ouders de mening van het kind vertegenwoordigen. Maar in dit geval is er een duidelijk risico op botsing tussen de belangen van het kind en de belangen van de ouders. Enerzijds speelt namelijk het belang van het recht op onderwijs van het kind en anderzijds speelt het belang van de ouders om de opvoeding van hun kind te kiezen. Op dit moment worden alleen de belangen van de ouders gewaarborgd. Verder heeft het nog steeds de voorkeur dat de kinderen zelfstandig worden gehoord. Hierdoor wordt het hoorrecht van artikel 12 IVRK door artikel 5b Lpw niet volledig gewaarborgd.

Gereguleerd thuisonderwijs, een blik vooruit

Staatssecretaris Koen Becking heeft op 18 december 2025 een kamerbrief gestuurd over de problematiek rond artikel 5 aanhef en onder b Lpw 1969.[27] Hierin noemt hij twee mogelijke oplossingsrichtingen: het invoeren van thuisonderwijs of de volledige afschaffing van artikel 5 aanhef en onder b Lpw 1969.[28] Als gereguleerd thuisonderwijs verder wordt verkend, is er het risico dat dezelfde valkuilen blijven bestaan als bij het huidige artikel 5 onder b Lpw. Daarom is het van belang dat er bij het opstellen van de nieuwe regeling aandacht wordt besteed aan het hoorrecht van het kind. Het thuisonderwijs was al eerder voorgesteld in het (stilgevallen) conceptwetsvoorstel “Wet voorschriften vrijstelling leerplicht bij richtingsbezwaren” uit 2020 van toenmalig minister Slob. Hierbij richtte artikel 15a van dit concept zich op een verplicht gesprek met het kind voorafgaand aan de aanvraag en een tweede gesprek als het kind de leeftijd van 12 jaar bereikt.[29] Als een soortgelijke bepaling wordt opgenomen in de uiteindelijke uitwerking van het gereguleerde thuisonderwijs zou dit een grote stap vooruit zijn in de waarborging van het hoorrecht bij thuisonderwijs. Het kind heeft dan vanaf het begin de mogelijkheid om zijn mening te uiten en nogmaals als hij verder ontwikkeld is. Er moet echter tijdens deze gesprekken wel aandacht worden besteed of de jongere zijn mening hierover wel kan en wil geven, het kind heeft namelijk ook het recht om zijn mening niet te geven.[30]

Verder is het van belang dat de kinderen ook tijdens het thuisonderwijs de mogelijkheid hebben om hun mening te geven. Hoewel thuisonderwijs vaak meer 1-op-1- contact heeft met het kind, is het nog steeds belangrijk om ouders te ondersteunen in het waarborgen van de rechten van hun kind. In Engeland wordt dit bijvoorbeeld gedaan door richtlijnen aan ouders te geven.[31] In Nederland kunnen soortgelijke richtlijnen voor ouders worden opgesteld. Hierbij kan bijvoorbeeld inspiratie worden gehaald uit het Lundy-model, dit is een bekend model dat een framework geeft om het hoorrecht van kinderen beter te waarborgen.[32]

Ten slotte zal er ook toezicht op het thuisonderwijs moeten worden ingesteld.[33] Dit heeft ook een indirect effect op het hoorrecht. In de huidige situatie vliegt een kind onder de radar, er is momenteel geen zicht op kinderen die thuisonderwijs genieten na een artikel 5 onder b vrijstelling. Als het ontwikkelingsniveau en de gesteldheid van het kind beter in zicht zijn, dan is het naar mijn mening ook beter in te schatten wanneer een gesprek nodig zou zijn.

Conclusie

De huidige vrijstelling van artikel 5 onder b Lpw waarborgt het hoorrecht van artikel 12 IVRK onvoldoende. Als het kind een vrijstelling krijgt, heeft hij namelijk bijna geen mogelijkheid om zijn mening hierover te geven en te laten meewegen. De procedure is geheel gericht op de bedenkingen van de ouders en vaak worden slechts de formele eisen die van toepassing zijn op de vrijstelling van artikel 5 onder b Lpw getoetst. Hoewel de ouders indirect ook de mening van het kind vertegenwoordigen, is er een groot risico op conflict van belangen tussen ouder en kind. Het heeft daarom de voorkeur dat het kind zelf zijn mening geeft. Dit heeft bovendien voordelen vanuit een pedagogisch perspectief. Het invoeren van gereguleerd thuisonderwijs in Nederland kan mogelijk de waarborging van het hoorrecht verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. Hiervoor moet in de wetgeving wel expliciet aandacht worden besteed aan mogelijkheden voor het kind om zijn mening te geven. Hierbij zullen naar mijn mening gesprekken met het kind, ondersteuning voor de ouders bijvoorbeeld door middel van richtlijnen en goed toezicht op het thuisonderwijs essentieel zijn. Hierbij heeft het ook de voorkeur dat er geen of een lage leeftijdsgrens wordt ingesteld zoals ook bij het ontwikkelingsperspectief het geval is.

Tot slot geeft de huidige politieke discussie rond de vrijstelling van artikel 5 onder b Lpw een kans om het hoorrecht van artikel 12 IVRK beter te waarborgen. Een kind heeft namelijk het recht om zijn mening te geven, nu is het tijd om daar beter naar te luisteren.

 

[1] A. Vleugel, Het juridische begrip van godsdienst (Staat en Recht nr. 43), Deventer: Wolters Kluwer 2018, par. 18.4.

[2] Rapportage leerplichtwet G-gemeenten 2025, p. 15.

[3] Committee on the Rights of the Child, General comment No. 12 (20 juli 2009),The right of the child to be heard, UN Doc. CRC/C/GC/12, par. 32. Zie ook: Schmahl 2021, p. 213-214.

[4] S. Schmahl, United Nations Conventions on the Rights of the Child: Article-by-Article Commentary, Baden-Baden: Nomos/Hart 2021, p. 205.

[5] S. Schmahl, United Nations Conventions on the Rights of the Child: Article-by-Article Commentary, Baden-Baden: Nomos/Hart 2021, p. 201.

[6] S. Schmahl, United Nations Conventions on the Rights of the Child: Article-by-Article Commentary, Baden-Baden: Nomos/Hart 2021, p. 201.

[7] Committee on the Rights of the Child, General comment No. 12 (20 juli 2009),The right of the child to be heard, UN Doc. CRC/C/GC/12, par. 21.

[8] J.S. Peper & D.J.H. Smeets, ‘Inzichten vanuit de pedagogische wetenschappen en de neuropsychologie’ in: M.R. Bruning e.a., Kind in proces: van communicatie naar effectieve participatie, Meijers-reeks nr. 335. Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2020, p. 256-257.

[9] J.S. Peper & D.J.H. Smeets, ‘Inzichten vanuit de pedagogische wetenschappen en de neuropsychologie’ in: M.R. Bruning e.a., Kind in proces: van communicatie naar effectieve participatie, Meijers-reeks nr. 335. Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2020, p. 137-138 & p. 264.

[10] A. Bolscher & M. Bruning, ‘Het hoorrecht van minderjarigen: leeftijdsgrens nog houdbaar?’ in: M.R. Bruning, K.F.M. Klep & E.C.C. Punselie (red.), De invloed van 30 jaar Kinderrechtenverdragin Nederland. Perspectieven voor de rechtspraktijk (Recht en Praktijk nr. PFR7), Deventer: Wolters Kluwer 2020, p. 61.

[11] Wet versterking positie ouders en leerlingen in het passend onderwijs.

[12] Kamerstukken II 2023/24, 36443, nr. 3, p. 4-6.

[13] Kamerstukken II 2023/24, 36443, nr. 3, p. 6-7.

[14] NJi, ‘Al vanaf 8 jaar kindgesprek bij scheiding’, nji.nl.

[15] Committee on the Rights of the Child, General comment No. 12 (20 juli 2009),The right of the child to be heard, UN Doc. CRC/C/GC/12, par. 36.

[16] Committee on the Rights of the Child, General comment No. 12 (20 juli 2009),The right of the child to be heard, UN Doc. CRC/C/GC/12, par. 36.

[17] Committee on the Rights of the Child, General comment No. 12 (20 juli 2009),The right of the child to be heard, UN Doc. CRC/C/GC/12, par. 37.

[18] Committee on the Rights of the Child, General comment No. 12 (20 juli 2009),The right of the child to be heard, UN Doc. CRC/C/GC/12, par. 35.

[19] J.S. Peper & D.J.H. Smeets, ‘Inzichten vanuit de pedagogische wetenschappen en de neuropsychologie’ in: M.R. Bruning e.a., Kind in proces: van communicatie naar effectieve participatie, Meijers-reeks nr. 335. Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2020, p. 126.

[20] J.S. Peper & D.J.H. Smeets, ‘Inzichten vanuit de pedagogische wetenschappen en de neuropsychologie’ in: M.R. Bruning e.a., Kind in proces: van communicatie naar effectieve participatie, Meijers-reeks nr. 335. Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2020, p. 126.

[21] J.S. Peper & D.J.H. Smeets, ‘Inzichten vanuit de pedagogische wetenschappen en de neuropsychologie’ in: M.R. Bruning e.a., Kind in proces: van communicatie naar effectieve participatie, Meijers-reeks nr. 335. Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2020, p. 127.

[22] Zie:  HR 5 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1004.

[23] OM, ‘Vervolging leerplichtzaken (artikel 5b), om.nl, 7 april 2025. Ingrado november 2025, p. 5-6.

[24]  Art. 6 & 8 Lpw.

[25] Rapport Enquête vrijstellingen 5 onder b (Enquete over de effecten van het besluit OM rondom vrijstelling artikel 5 aanhef en onder b Lpw), 28 november 2025, p. 8.

[26] S. Schmahl, United Nations Conventions on the Rights of the Child: Article-by-Article Commentary, Baden-Baden: Nomos/Hart 2021, p.206-207.

[27] Kamerstukken II 2025/26, 31497, nr. 509.

[28] Kamerstukken II 2025/26, 31497, nr. 509, p. 3.

[29] Voorstel van Wet tot wijziging van de Leerplichtwet 1969 en de Wet op het onderwijstoezicht houdende aanvullende voorschriften aan de vrijstelling als bedoeld in artikel 5, onder b, van de Leerplichtwet 1969 (Wet voorschriften vrijstelling leerplicht bij richtingsbezwaren), W9318.K-1, p. 1-2.

[30] L. Lundy, C. Murray, K. Smith & C. Ward, ‘Young children’s right to be heard on the quality of their education: addressing potential misunderstandings in the context of early childhood education’, British Educational Research Journal 2024, p. 6-7.

[31] Unesco, Homeschooling through a human rights lens, Paris: United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization, p. 26.

[32] L. Lundy, ‘‘Voice’ is not enough: conceptualising Article 12 of the United Nations Convention on the Rights of the Child’, British Educational Research Journal 2007/33, p. 927-942.

[33] CRC, Concluding observations Netherlands (9 maart 2022), UN Doc. CRC/C/NLD/CO/5-6, par. 34.

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *